De distributie

​Om hun oorlogsmachine draaiende te houden, hadden de Duitsers allerlei materiaal en producten nodig. Veel van deze producten haalden zij dan ook uit de door hen bezette gebieden. Hierdoor onstonden in de desbetreffende bezette gebieden weer tekorten. Om te zorgen dat de overgebleven producten eerlijk verdeeld werden, werd het zogenaamde distributiesysteem in het leven geroepen. Dit systeem draaide deels al voordat Duitsland Nederland bezette. Kortom alles ging “op de bon”.
distributiebonnen uit de Tweede wereldoorlog.
Op den duur waren producten enkel nog verkrijgbaar in combinatie met de distributiebonnen. Elk product had zo zijn eigen bon. Vlees kon hierdoor alleen met vlees bon gehaald worden en zo gold dat voor ieder product. Tevens kreeg iedere Nederlander zijn eigen distributiestamkaart. Met deze kaart kon hun persoonlijke voorraad distributiebonnen worden opgehaald. Elke week waren er ook weer andere bonnen geldig. In kranten en op affiches was af te lezen welke bonnen er geldig waren en de hoeveelheid wat ermee gehaald kon worden. Winkeliers moesten op hun beurt de ingeleverde bonnen allemaal netjes inleveren. Pas dan krijgen ze weer recht op nieuwe voorraad. Elke week gingen er zo in Nederland miljoenen bonnen rond.

Surrogaat

Door de oorlog kunnen en mogen er geen producten meer uit verre landen geïmporteerd worden. Deze producten worden als dat mogelijk is vervangen door surrogaten. De bekendste producten die door surrogaat werden vervangen zijn koffie, thee en tabak.


De luchtbeschermingsdienst

In 1939 werd ook de Luchtbeschermingsdienst (LBD) opgericht, een organisatie waarvan het personeel uit vrijwilligers bestond; tijdens de bezetting werd het personeel uitgebreid met ambtenaren. De LBD had tot taak de burgerbevolking te wijzen op de gevaren van luchtaanvallen, en op de maatregelen die de burgers zelf konden nemen om de risico’s te beperken.

Een belangrijke taak van de dienst werd na mei 1940 het controleren van de verplichte verduistering. Waar een incident had plaatsgevonden konden LBD-leden eerste hulp bieden en assisteren bij het blussen van branden. Hiervoor beschikte men over EHBO-kisten, brandslangen, helmen, gasmaskers en herkenningstekens De LBD had afdelingen in alle stadswijken en dorpen. Per 200-300 gezinnen was er een ‘blokploeg’ geleid door een ‘blokhoofd’.