Dinsdag 5 September 1944 ging het gerucht dat de  geallieerden onderweg  waren naar het westen van Nederland. Dit was aanleiding  voor veel Nederlanders om feest te vieren en voor Duitsers en NSB’ers om te  vluchten naar het oosten. Achteraf bleek het gerucht onjuist: de oorlog in ons gebied begon toen pas. Men noemt deze Dinsdag wel “Dolle Dinsdag”. Op 17 September begon operatie “Market Garden”, Over de Betuwe trokken honderden vliegtuigen. Voorafgaande hieraan werden door Geallieerde vliegtuigen de luchtafweerposten van de Duitsers bestookt, alsmede het station van Kesteren ,een belangrijk knooppunt in het spoorwegverkeer. Ook de Duitsers waren  verrast, maar ze hadden zich op 18 September weer enigszins hersteld, waardoor met  nieuw afweergeschut veel vliegtuigen uit de lucht werden geschoten die in onze omgeving neerkwamen. Het verzet, onder leiding van Johannes van Zanten, bezocht de  neergestort toestellen, bracht de overlevenden in veiligheid en hielp ze te ontkomen naar de overkant van de Waal. Engelsen van de 43e Wessex Divisie bereikten op 23 September voor het eerst Opheusden met ,met enkele verkenningswagens maar ze zijn niet verder opgerukt. Vanaf dit moment kwamen er op grote schaal Duitsers de Betuwe binnen, die de “bezetters” weer wilden verdrijven om zelf door te stoten naar Nijmegen om de brug te heroveren.

Geallieerden luchtlandingen tijdens Market Garden.